Les over 3 FICTIE
Poëzie en fictie
Woordenschat: onbekende woorden en beeldspraak

Fictie en poëzie: leer alles over verhalen en gedichten
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat fictie is en hoe verzonnen verhalen zich verhouden tot de werkelijkheid.
•Je kunt de vertelvolgorde in een verhaal analyseren en het verschil tussen een chronologische volgorde en een flashback uitleggen.
•Je kunt verschillende literaire genres herkennen en de rol van spanning, humor en dramatische passages hierin beschrijven.
•Je kunt het gedrag en de ontwikkeling van realistische en niet-realistische personages beschrijven.
•Je kunt gedichten met een vaste vorm en vrije verzen van elkaar onderscheiden.
•Je kunt vormen van beeldspraak, zoals vergelijkingen en personificaties, herkennen en uitleggen.
Wat is fictie?
Fictie betekent dat de verhalen verzonnen zijn. Hoewel elementen van een verhaal gebaseerd kunnen zijn op waargebeurde gebeurtenissen of realistische situaties, is het geheel door de auteur bedacht. Dit staat in tegenstelling tot non-fictie, waarbij verhalen en feiten echt gebeurd zijn.
§1 En toen ...
De gebeurtenissen in een verhaal worden in een bepaalde volgorde verteld. Dit heet de vertelvolgorde. Als de gebeurtenissen in de volgorde worden beschreven waarin ze echt gebeurd zijn, noem je dat chronologisch. De auteur kan er ook voor kiezen om de gebeurtenissen in een andere volgorde te vertellen. Het 'nu' in het verhaal noem je ook wel het vertelheden. Als de auteur het vertelheden onderbreekt om een eerdere gebeurtenis te beschrijven, noem je dat een flashback. De auteur wil je op die manier bijvoorbeeld nieuwsgierig maken of extra informatie over de personages of gebeurtenissen geven. Soms kun je een flashback herkennen aan de lay-out van een tekst, bijvoorbeeld door een witregel of schuingedrukte tekst.
§2 Fictie en ik
Het woord genre betekent: soort verhaal. Elk genre heeft zijn eigen kenmerken. Bij het genre spanning ligt de nadruk op actie en gevaar. Verhalen met veel humor zijn bedoeld om je aan het lachen te maken. Situaties zijn soms grappig omdat ze heel herkenbaar zijn voor de lezer, of juist omdat ze heel onlogisch zijn. In vrijwel alle genres vind je dramatische passages terug. Dit zijn situaties waarin de hoofdpersoon zijn emoties laat zien en waarbij vaak conflicten tussen mensen plaatsvinden. Door deze dramatische passages kun je je vaak goed inleven in de hoofdpersoon.
Overzicht van literaire genres
Genre | Kenmerken |
|---|---|
Avontuur | Nadruk op actie, reizen en spannende gebeurtenissen. |
Familieroman | Draait om de relaties, geschiedenis en problemen binnen een familie. |
School | Speelt zich af in een schoolomgeving en gaat over herkenbare tienerproblemen. |
Romantisch verhaal | De liefde en relaties tussen personages staan centraal. |
Spanning | Focus op gevaar, actie en het oplossen van mysteries. |
Humor | Bedoeld om te lachen, vaak door herkenbare of juist absurde situaties. |
Psychologisch verhaal | Richt zich op de innerlijke ontwikkeling, gedachten en gevoelens van personages. |
Historisch verhaal | Speelt zich af in een waargebeurde historische periode uit het verleden. |
Sciencefiction | Verhalen die zich afspelen in de toekomst met denkbeeldige technologie. |
Oorlog en verzet | Draait om strijd, overleven en morele keuzes tijdens een oorlog. |
§3 Personages
Een verhaal kan realistisch zijn: de gebeurtenissen en situaties zouden in het echte leven ook kunnen voorkomen en de personages reageren net zoals echte mensen. Zo'n verhaal is vaak ook herkenbaar: het zou jou zelf kunnen overkomen, of misschien heb je zelf ooit zoiets meegemaakt. Wanneer een situatie duidelijk niet in het echt zou kunnen gebeuren, spreken we van een niet-realistisch verhaal. In veel verhalen maakt de hoofdpersoon een situatie mee waarmee hij of zij moet leren omgaan. De hoofdpersoon maakt dan tussen het begin en het eind van het verhaal een duidelijke ontwikkeling door. Vaak is de hoofdpersoon aan het eind van een verhaal veranderd, of heeft een belangrijke les geleerd.
§4 Over gedichten
Gedichten komen in veel vormen voor. Sommige gedichten hebben een vaste vorm, zoals een sonnet en de limerick. Gedichten zonder vaste vorm noem je vrije verzen. Deze vrije verzen hoeven niet per se te rijmen. Veel gedichten bevatten beeldspraak. Woorden of zinnen hebben dan een figuurlijk taalgebruik. Er wordt dan iets anders bedoeld dan er letterlijk staat.
Vormen van beeldspraak
In een vergelijking vergelijkt de dichter iets of iemand met iets of iemand anders. Soms kun je een vergelijking herkennen aan de verbindingswoorden: als of (net) zoals.
•Voorbeeld met verbindingswoord: Hij rende als een speer over het gras.
•Voorbeeld met verbindingswoord: Die meid is zo gek als een deur.
Maar er kan ook een vergelijking worden gemaakt zonder verbindingswoorden:
•Voorbeeld zonder verbindingswoord: Zijn hoofd, een tomaat, werd steeds roder.
•Voorbeeld zonder verbindingswoord: Het huis was een doolhof van gangen en trappen.
Een andere vorm van beeldspraak is personificatie. Daarbij krijgt iets wat niet menselijk is een menselijke eigenschap.
•Voorbeeld: De bomen fluisteren zachtjes haar naam. In deze zin staat een personificatie van de bomen: mensen kunnen wel fluisteren, maar bomen kunnen dat niet.