Les over 9 Overzicht theorie formuleren
Verwijswoorden
Voornaamwoord

Theorie formuleren: zakelijke e-mail en verwijswoorden
Leerdoelen
•Je kunt de zeven vaste onderdelen van een zakelijke e-mail benoemen en toepassen.
•Je kunt uitleggen waar je witregels gebruikt in een zakelijke e-mail.
•Je kunt de juiste verwijswoorden kiezen voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden in het enkelvoud en meervoud.
•Je kunt het juiste bezittelijk voornaamwoord selecteren om naar bezit te verwijzen.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen verwijswoorden met en zonder bezit.
Conventies van een zakelijke e-mail
Een zakelijke e-mail moet aan een aantal vaste richtlijnen voldoen. Een goede zakelijke e-mail bestaat uit de volgende zeven onderdelen:
1.Onderwerp: Noteer in één of een paar woorden heel duidelijk waar de e-mail over gaat.
2.Aanhef: Gebruik altijd een beleefde aanhef gevolgd door een komma. Voorbeelden hiervan zijn Geachte heer Van den Dries, of Geachte mevrouw Jansen,. Als de ontvanger onbekend is, schrijf je Geachte heer of mevrouw,.
3.Inleiding: Leg in de inleiding de aanleiding uit, oftewel de reden waarom je de e-mail schrijft.
4.Middenstuk: Gebruik voor elk deelonderwerp een aparte alinea. Als je een bijlage meestuurt, noem deze dan expliciet in de tekst van het middenstuk.
5.Slot: Spreek aan het einde van je e-mail een wens of verwachting uit, zoals een hoop op een uitnodiging of een toelichting in een gesprek.
6.Groet: Sluit af met een beleefde groet gevolgd door een komma, zoals Met vriendelijke groet,.
7.Voor- en achternaam: Zet je volledige voor- en achternaam onder de groet en let hierbij goed op het gebruik van hoofdletters.
Om de e-mail overzichtelijk en leesbaar te houden, is het gebruik van witregels verplicht tussen de verschillende onderdelen en alinea's.
Verwijzen naar personen en dingen
Door verwijswoorden te gebruiken, voorkom je herhaling en maak je een tekst beter leesbaar. Welk verwijswoord je kiest, hangt af van het getal (enkelvoud of meervoud) en het woordgeslacht van het woord waarnaar je verwijst:
Soort woord | Voorbeelden | Verwijswoorden |
|---|---|---|
Onzijdige woorden (het-woorden) | het kindje, het bedrijf | het, dat, dit |
Mannelijke woorden (de-woorden) | Mehmet, de leraar, de tekst | hij, hem, deze, die |
Vrouwelijke woorden (de-woorden) | Rosa, de schrijfster, de verzameling | zij/ze, haar, deze, die |
Meervoud | de voetballers, de tafels | zij/ze, deze, die |
Verwijzen naar bezit
Als je wilt aangeven van wie iets is, gebruik je een bezittelijk voornaamwoord. Welk woord je kiest, hangt af van het onderwerp van de zin:
Onderwerp | Verwijswoord (bezit) | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
ik | mijn | Ik heb mijn zus een cadeau gegeven. |
jij | jouw, je | Jij hebt jouw tas vergeten. |
hij | zijn | Bilal heeft zijn toets slecht gemaakt. |
zij (enkelvoud) | haar | Ellen heeft een vlek in haar jurk. |
u | uw | U heeft een deuk in uw auto. |
het | zijn | Het bedrijf heeft zijn pand verbouwd. |
wij, we | onze, ons | Wij hebben onze fietsen gepakt. |
jullie | jullie | Jullie gaan naar jullie huis. |
zij (meervoud) | hun | Zij aaien hun paarden. |
Verwijswoorden die op elkaar lijken
Sommige verwijswoorden lijken sterk op elkaar, maar hebben een andere functie. Het belangrijkste verschil zit in het wel of niet aanduiden van bezit:
Verwijswoorden | Wanneer te gebruiken? | Voorbeelden |
|---|---|---|
mijn, jouw, je, uw | Als er een bezit direct achter staat. | Dat is mijn lievelingstrui. / Wie is jouw tandarts? / Wat is je telefoonnummer? / Is dat uw auto? |
mij, me, jou, je, u | Als er geen bezit direct achter staat. | Kan iemand dat aan mij uitleggen? / Hij zwaaide naar me vanuit de trein. / We volgen jou. / Iedereen zal aan je denken. / Kan ik u helpen? |