Les over 5 Schrijven
Tekstsoorten schrijven
OB - Nederlands - F2 - Presentatie

Hoe bereid je een schrijfopdracht op het examen voor?
Leerdoelen
•Je kunt de stappen voor het beantwoorden van vragen bij kijk- en luisterfragmenten toepassen.
•Je kunt de drie stappen van het stappenplan voor een schrijfopdracht uitvoeren.
•Je kunt uitleggen op welke drie criteria een schrijfopdracht op het examen wordt beoordeeld.
•Je kunt de richtlijnen voor een correcte opbouw, spelling en formulering in een schrijfproduct toepassen.
Kijken en luisteren op het examen
Bij het examenonderdeel kijken en luisteren bekijk je fragmenten uit langere televisieprogramma's. De meerkeuzevragen over deze fragmenten gaan meestal over de inhoud van de video, de functie van het beeld of de manier waarop mensen in het fragment reageren.
Stappenplan voor kijk- en luistervragen
Om de vragen bij fragmenten succesvol te beantwoorden, volg je dit stappenplan:
1.Stap 1: Lees de vraag – Lees eerst alleen de vraag goed door en bekijk de antwoordmogelijkheden nog niet.
2.Stap 2: Bekijk het fragment – Bekijk het hele fragment aandachtig om er zeker van te zijn dat je geen belangrijke informatie mist.
3.Stap 3: Bedenk het antwoord – Lees de vraag nogmaals en bedenk in je hoofd wat het antwoord zou moeten zijn. Als je het echt niet weet, kun je het fragment nogmaals bekijken, maar houd rekening met de tijd.
4.Stap 4: Vergelijk de antwoorden – Lees nu de antwoordmogelijkheden. Streep de opties weg die duidelijk onjuist zijn en kies het antwoord dat het best aansluit bij het antwoord dat je zelf had bedacht. Let goed op, want de opties kunnen sterk op elkaar lijken.
Een schrijfopdracht maken
Een belangrijk onderdeel van het examen Nederlands is de schrijfopdracht. Dit kan een artikel, een zakelijke brief of een zakelijke e-mail zijn. De opdracht begint altijd met een situatiebeschrijving waarin de context en de situatie worden uitgelegd. Daaronder volgt de feitelijke schrijfopdracht, die vaak aansluit bij een van de examenteksten.
Stappenplan voor de schrijfopdracht
Gebruik de volgende drie stappen om je schrijfopdracht gestructureerd aan te pakken:
1.Stap 1: Lezen – Lees de situatiebeschrijving en de opdracht grondig door. Bepaal voor jezelf welke tekstsoort je moet schrijven, wat het doel van de tekst is en wie het publiek (de doelgroep) is.
2.Stap 2: Schrijven – Zorg dat alle verplichte onderdelen uit de opdracht in je tekst terugkomen. Bepaal vooraf welke informatie in de inleiding, het middenstuk of het slot hoort en verdeel dit logisch over de alinea's. Markeer bruikbare informatie in de situatiebeschrijving en vul dit aan met eigen logische details. Sla tussen de alinea's telkens een regel over.
3.Stap 3: Controleren en verbeteren – Controleer je geschreven tekst kritisch op de drie beoordelingsonderdelen: inhoud, taalgebruik en presentatie of conventies.
Beoordelingscriteria voor schrijven
Je schrijfopdracht wordt op het examen beoordeeld op drie hoofdonderdelen:
•Inhoud – Er wordt gecontroleerd of je alle verplichte onderdelen uit de opdracht volledig en correct in je tekst hebt verwerkt. Het missen van onderdelen leidt direct tot puntaftrek.
•Taalgebruik – Dit onderdeel bestaat uit de beoordeling van je spelling en de manier van formuleren. Fouten in de spelling van werkwoorden, algemene spelfouten en formuleringsfouten (zoals onvolledige of slecht lopende zinnen) kosten punten. Let ook op het minimumaantal woorden; als je tekst te kort is, krijg je geen punten voor taalgebruik.
•Presentatie en conventies – Hierbij wordt gekeken naar de formele regels van de gekozen tekstsoort. Denk aan een passende aanhef en afsluiting bij een brief of e-mail, een logische indeling in alinea's en taalgebruik dat aansluit bij de doelgroep.
Tips voor goed spellen en formuleren
Houd tijdens en na het schrijven rekening met de volgende adviezen om onnodige fouten te voorkomen:
•Wissel enkelvoudige zinnen af met samengestelde zinnen.
•Maak je zinnen niet te lang of te ingewikkeld.
•Gebruik verwijswoorden en voegwoorden op de juiste manier en let op een correcte woordvolgorde.
•Lees na het schrijven je zinnen in gedachten aan jezelf voor om te controleren of ze goed lopen.
•Controleer systematisch het gebruik van hoofdletters en leestekens (elke zin moet correct eindigen).
•Controleer de spelling van alle woorden en gebruik bij twijfel een papieren woordenboek.