Les over 3 Examenvragen beantwoorden

Les over 3 Examenvragen beantwoorden

Gemaakt door Ainstein
3 Examenvragen beantwoorden
Deze video bestaat uit
  • OB - Nederlands - F2 - PresentatieOB - Nederlands - F2 - Presentatie
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 05:34
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe beantwoord je examenvragen voor Nederlands Lezen?

Leerdoelen

Je kunt het stappenplan voor het beantwoorden van meerkeuzevragen toepassen.

Je kunt de functie van de inleiding en het slot van een examentekst uitleggen.

Je kunt de functie van alinea's en tussenkopjes in een tekst beschrijven.

Je kunt verschillende woordraadstrategieën gebruiken om de betekenis van moeilijke woorden te achterhalen.

Je kunt het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst bepalen.

Je kunt gerichte strategieën toepassen om vragen over de tekstinhoud en advertenties te beantwoorden.

Meerkeuzevragen beantwoorden

In het examen worden bij verschillende teksten en fragmenten vragen gesteld. De meeste vragen zijn meerkeuzevragen, waarbij je moet kiezen uit verschillende antwoordmogelijkheden. Ook zijn er vragen waarbij je moet aangeven of een stelling juist of onjuist of waar of niet waar is. Om meerkeuzevragen succesvol te beantwoorden, lees je eerst de hele examentekst en volg je daarna dit stappenplan:

1.Lees eerst alleen de vraag, dus nog niet de antwoorden.

2.Bedenk wat er nu precies gevraagd wordt. Als de vraag lastig is, schrijf deze dan in je eigen woorden op.

3.Lees nog een keer precies het tekstgedeelte waarover de vraag gaat.

4.Bedenk in je hoofd wat het antwoord op de vraag zou kunnen zijn en noteer dit eventueel in steekwoorden.

5.Lees nu de antwoordmogelijkheden en vergelijk deze met elkaar. Streep de antwoorden die overduidelijk fout zijn door en kies het antwoord dat het best past bij jouw eigen bedachte antwoord.

Handige tips voor het beantwoorden:

De antwoordopties staan vaak in alfabetische volgorde. Raak niet in de war als je een paar keer achter elkaar dezelfde letter moet kiezen.

Kijk niet naar de lengte van de antwoorden; het langste antwoord is niet automatisch het juiste antwoord.

Je kunt je antwoorden altijd nog verbeteren zolang je het examen nog niet hebt afgesloten.

Geef altijd een antwoord, want bij een onbeantwoorde vraag krijg je sowieso geen punten.

Vragen over de inleiding en het slot

Veel examenvragen gaan specifiek over de eerste of de laatste alinea's van een tekst. De inleiding is het eerste deel van de tekst en bestaat uit één of meer alinea's. Hierin maak je kennis met het onderwerp van de tekst. De schrijver probeert de lezer vaak nieuwsgierig te maken door bijvoorbeeld een opvallend voorbeeld te geven, een anekdote (een grappig verhaaltje) te vertellen of de aanleiding voor het schrijven te noemen. Het slot is het laatste deel van de tekst en bestaat ook uit één of meer alinea's. De schrijver sluit de tekst hierin af. Dit kan door kort de belangrijkste punten te herhalen in een samenvatting, of door een conclusie, een persoonlijk advies of een toekomstverwachting te geven.

Alinea's en tussenkopjes

Een examentekst is opgebouwd uit verschillende alinea's om de tekst overzichtelijk te houden. Een alinea is een blokje tekst dat over één specifiek deelonderwerp gaat. De belangrijkste zin van een alinea noem je de kernzin. Deze zin staat meestal helemaal aan het begin of aan het einde van de alinea en bevat de belangrijkste informatie. Boven een alinea of een groep alinea's staan vaak tussenkopjes. Dit zijn korte titels die snel duidelijk maken waar het volgende deelonderwerp over gaat.

De betekenis van woorden en zinnen achterhalen

Als je tijdens het lezen moeilijke woorden of uitdrukkingen tegenkomt, kun je verschillende woordraadstrategieën gebruiken om de betekenis te achterhalen:

Synoniem zoeken: Kijk of er een ander woord in de tekst staat met ongeveer dezelfde betekenis.

Omschrijving zoeken: Zoek naar een uitleg of definitie van het moeilijke woord in de omliggende zinnen.

Voorbeeld zoeken: Kijk of de schrijver voorbeelden geeft die verduidelijken wat het woord betekent.

Tegenstelling zoeken: Zoek naar een woord of zin met de tegenovergestelde betekenis om het contrast te begrijpen.

Bekend woorddeel zoeken: Hak het woord in stukken en kijk of je een deel van het woord al kent.

Mocht je er met deze strategieën echt niet uitkomen en heb je het woord nodig om de vraag te beantwoorden? Gebruik dan een woordenboek om de betekenis op te zoeken.

Hoofdzaken en de hoofdgedachte vinden

Bij het lezen van een tekst moet je onderscheid kunnen maken tussen de belangrijkste informatie en de details. De belangrijkste informatie in een tekst noem je de hoofdzaken. De overige details, voorbeelden en toelichtingen zijn de bijzaken. Om de hoofdzaken te vinden, bepaal je eerst het onderwerp en de hoofdgedachte:

Het onderwerp van een tekst vind je door jezelf de vraag te stellen: Waar gaat deze tekst over?

De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van de schrijver. Deze vind je door te vragen: Wat is het belangrijkste wat de schrijver over het onderwerp vertelt? De hoofdgedachte staat vaak geformuleerd in de inleiding of in het slot van de tekst.

Inhoudelijke vragen en advertenties

Veel examenvragen toetsen of je de tekst goed hebt begrepen door te vragen naar specifieke details (wie, wat, waar, waarom). Lees hiervoor de tekst altijd heel nauwkeurig. Daarnaast bevat een examen vaak een advertentie. Dit is een overtuigende of informerende tekst die kan bestaan uit alleen beeld, beeld met weinig tekst, of beeld met veel tekst. Vragen bij een advertentie gaan meestal over het doel van de tekst of de afbeelding. Je kunt de advertentie beter begrijpen door tijdelijk de tekst of juist de afbeelding af te dekken en te controleren of de boodschap nog steeds overkomt.