Les over 3 Betogende en activerende teksten
OB - Nederlands - F2 - Presentatie
Tekstdoelen
Argumenteren

Wat zijn betogende en activerende teksten en argumenten?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen betogende en activerende teksten uitleggen.
•Je kunt de vier belangrijkste tekstdoelen van betogende en activerende teksten benoemen en herkennen.
•Je kunt standpunten, argumenten en feiten in een tekst identificeren en van elkaar onderscheiden.
•Je kunt de structuren van enkelvoudige, onderschikkende en nevenschikkende argumentatie herkennen en uitleggen.
Betogende en activerende teksten
Teksten kunnen verschillende doelen en vormen hebben. We maken hierbij onderscheid tussen twee belangrijke tekstsoorten:
•In een betogende tekst wil de schrijver de lezer ergens van overtuigen. De hoofdgedachte van zo'n tekst is altijd een mening of een standpunt. Dit kan ook een tekst zijn waarin de schrijver zijn of haar gevoelens uitdrukt of een mening duidelijk maakt.
•In een activerende tekst probeert de schrijver de lezer aan te zetten tot handelen. Het doel is dat de lezer daadwerkelijk iets gaat doen.
Niet alleen geschreven teksten, maar ook presentaties en kijk- of luisterfragmenten kunnen een betogend of activerend karakter hebben.
Tekstdoelen en voorbeelden
Bij betogende en activerende teksten horen specifieke tekstdoelen. Soms heeft een tekst één duidelijk doel, maar er kan ook een mix van doelen in een tekst voorkomen.
Tekstdoel | De schrijver wil | Voorbeelden |
|---|---|---|
Een mening geven | Zijn mening duidelijk maken | Bespreking van een boek of film |
Gevoelens oproepen / uitdrukken | Emoties oproepen en/of duidelijk maken wat hij voelt | Advertentie, column, persoonlijke post op sociale media |
Overtuigen | Dat je zijn mening overneemt | Reactie op een website, ingezonden brief, klachtenmail |
Tot handelen aanzetten (activeren) | Dat je iets gaat doen | Reclametekst, advertentie |
Standpunten, argumenten en feiten
Om de inhoud van een betogende of activerende tekst goed te begrijpen, moet je meningen, argumenten en feiten van elkaar kunnen onderscheiden. Een mening of standpunt is een uitspraak over wat iemand vindt of hoe iemand over een bepaald onderwerp denkt. Je kunt het met een standpunt eens of oneens zijn. Je herkent een standpunt vaak aan signaalwoorden zoals: ik vind, volgens mij, naar mijn mening en ik denk. Als je uitlegt waarom je een bepaalde mening hebt of als je deze mening wilt verdedigen, gebruik je een argument. Argumenten worden vaak ingeleid door signaalwoorden zoals: want, omdat, namelijk en immers. Een betogende tekst wordt overtuigender wanneer je een feit gebruikt als argument. Een feit is een controleerbare uitspraak die daadwerkelijk waar is.
Structuren van argumentatie
De manier waarop argumenten en standpunten met elkaar verbonden zijn, bepaalt de argumentatiestructuur. We onderscheiden drie basisvormen:
Enkelvoudige argumentatie
Bij enkelvoudige argumentatie wordt het standpunt ondersteund door één enkel argument.

Onderschikkende argumentatie
Bij onderschikkende argumentatie wordt een argument zelf weer ondersteund door een of meer subargumenten. Het subargument dient als bewijs voor het hoofdargument daarboven.

Nevenschikkende argumentatie
Bij nevenschikkende argumentatie worden er meerdere argumenten gebruikt die gezamenlijk het standpunt ondersteunen. Deze argumenten staan op gelijke hoogte naast elkaar.

Tekstverbanden
In betogende en activerende teksten kom je vaak verschillende tekstverbanden tegen. Deze verbanden helpen om de structuur en de argumentatie van de tekst helder te maken. Veelvoorkomende tekstverbanden zijn:
•Opsomming: het achter elkaar plaatsen van verschillende argumenten of aspecten.
•Tegenstelling: het tegenover elkaar stellen van verschillende meningen of feiten.
•Voorbeeld: het verduidelijken van een argument met een concrete situatie.
•Uitleg: het nader toelichten van een standpunt of argument.
Je herkent deze verbanden aan de bijbehorende signaalwoorden in de tekst.