Les over 2 Informatieve teksten
Tekstdoelen
OB - Nederlands - F2 - Presentatie

Wat zijn informatieve teksten en hoe herken je ze?
Leerdoelen
•Je kunt verschillende tekstsoorten en hun bijbehorende tekstdoelen herkennen.
•Je kunt het publiek van een tekst bepalen aan de hand van het onderwerp, de bron, de lay-out en het taalgebruik.
•Je kunt de hoofdzaken en bijzaken in een informatieve tekst van elkaar onderscheiden.
•Je kunt de kernzin van een alinea en de hoofdgedachte van een tekst vinden of formuleren.
Tekstsoorten en tekstdoelen
Iedere tekst die je leest of hoort heeft een bepaalde vorm en een specifiek doel. De vorm van de tekst noemen we de tekstsoort. De belangrijkste tekstsoorten die je tegenkomt zijn:
•Informatieve teksten: Zoals nieuwsberichten, formulieren en schoolboeken. Het belangrijkste doel is informatie verstrekken.
•Betogende teksten: Zoals krantenartikelen of ingezonden brieven. Het doel is een mening geven of de lezer overtuigen.
•Instructieve teksten: Zoals recepten en handleidingen. Het doel is de lezer instrueren (uitleggen hoe je iets doet).
•Activerende teksten: Zoals advertenties en reclameteksten. Het doel is de lezer aanzetten tot handelen.
•Amuserende teksten: Zoals verhalen en strips. Het doel is de lezer amuseren of gevoelens oproepen.
Elke schrijver heeft een specifiek tekstdoel: het belangrijkste effect dat de schrijver bij de lezer wil bereiken. Om het tekstdoel van een tekst te achterhalen, kun je de volgende stappen volgen:
1.Bedenk wat het belangrijkste is wat de schrijver met de tekst wil bereiken.
2.Bekijk met welke tekstsoort je te maken hebt.
3.Bepaal het uiteindelijke tekstdoel (bijvoorbeeld informeren, overtuigen of instrueren).
Het publiek van een tekst
Een schrijver stemt zijn tekst altijd af op de groep lezers waarvoor de tekst is bedoeld: het publiek. Je kunt aan verschillende kenmerken van een tekst zien voor welk publiek deze is geschreven:
•Het onderwerp: Is het onderwerp interessant voor jongeren, ouderen of juist voor specialisten?
•De bron: Waar komt de tekst vandaan? Een wetenschappelijk tijdschrift trekt een ander publiek dan een populair blog.
•De lay-out: Het gebruik van kleuren, afbeeldingen en lettertypes verraadt vaak de doelgroep.
•Het taalgebruik: Worden er moeilijke woorden gebruikt, of juist makkelijke? Wordt de lezer met 'u' of met 'je' aangesproken?
Hoofdzaken en bijzaken
In een tekst staat veel informatie, maar niet alles is even belangrijk. We maken daarom onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken:
•Hoofdzaken: Dit is de belangrijkste informatie van de tekst. Je vindt hoofdzaken meestal terug in de inleiding en in het slot van een tekst. In het middenstuk staan de hoofdzaken vaak in de kernzin van een alinea. De kernzin is meestal de eerste of de laatste zin van een alinea en bevat de belangrijkste boodschap van dat tekstdeel.
•Bijzaken: Dit is de minder belangrijke informatie die dient als uitleg, verduidelijking of voorbeeld bij de hoofdzaken. Je herkent bijzaken vaak aan signaalwoorden zoals bijvoorbeeld, neem nou, zo, zoals en onder andere.
In het middenstuk van een informatieve tekst kom je vaak het tekstverband 'voorbeeld of uitleg' tegen om de hoofdzaken te verduidelijken. In het slot herken je vaak het tekstverband 'conclusie'.
De hoofdgedachte bepalen
Als je de hoofdzaken van een tekst goed kunt onderscheiden van de bijzaken, helpt dit je om de hoofdgedachte te vinden. De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van de hele tekst samengevat in één complete zin. Je bepaalt de hoofdgedachte als volgt:
1.Stel eerst vast wat het onderwerp van de tekst is (waar de tekst in één of enkele woorden over gaat).
2.Geef vervolgens in één zin antwoord op de vraag: wat is het belangrijkste wat er in de tekst over dit onderwerp wordt gezegd?
Soms staat de hoofdgedachte al letterlijk opgeschreven in de inleiding of in het slot. Als dit niet het geval is, moet je deze zelf formuleren op basis van de hoofdzaken.